Column Karel van de Beek: “Vertrokken, maar eigenlijk niet weggegaan.”

Karel van de Beek is geboren in Den Haag 63 jaar geleden en kreeg zijn eerste baan bij de Sijthoff Pers in Den Haag. In 1975 stapt hij over naar de gemeentepolitie in Middelburg en na 1 jaar in Leusden de politieschool te hebben gevolgd in 1976 begonnen met werken en wonen in Middelburg. Na 23 jaar bij de politie te hebben gewerkt in veel verschillende functies, verlegde Karel zijn als coördinator en daarna directeur van de Stichting Stadstoezicht Vlissingen-Middelburg. De laatste 13 jaar van zijn werkzame leven heeft Karel als wijkmanager/adviseur bij de gemeente Middelburg gewerkt aan het op poten krijgen van wijkgericht werken en participatie. Inmidde ls gepensioneerd bij de gemeente en als mede-eigenaar van Beeldhouwatelier Arnestein bezig met het maken van beelden en het restaureren van beelden. In dit atelier werken tussen de 30 en 40 kunstenaars op professioneel en amateurniveau.


Vertrokken, maar eigenlijk niet weggegaan.

In 2017 ben ik gestopt met werken als wijkmanager voor de gemeente Middelburg, maar met name voor de inwoners er van. Toen ik ooit begon, 13 jaar daarvoor, was de bedoeling dat bewoners beter gehoord gingen worden door de gemeentewerkers over hun leefomgeving en de leefbaarheid daarvan. Dat is een leuke maar ook heel ambitieuze opdracht geweest die ik samen met gemotiveerde collega’s heb geprobeerd uit te voeren.  Het was toen zowel de ambtelijke leiding als de politiek die dit graag wilde. Dus gingen we aan de slag om de samenwerking tussen ambtenaren en bewoners wat meer op de kaart te zetten.

Nu moet je weten dat er bij een gemeentelijke organisatie een paar bijzondere menssoorten werken. De ene heet ambtenaar en de andere bestuurder en beiden schijnen te worden aangestuurd of gecontroleerd door een raad die gemeenteraad heet en heel politiek is georganiseerd. Nu is politiek een woord waar je heel veel kanten mee op kan. Flexibel heet dat geloof ik en geloof me dat zijn ze!

Het bijzondere daarvan is, dat het net mensen zijn, sommigen begrijpen heel goed welke rol ze in onze evolutie horen te spelen en anderen denken weer dat ze zelf de evolutie van de mens hebben veroorzaakt en die evolutie dus ook kunnen aansturen en manipuleren. Beiden hebben af en toe wat moeite met de gedachte dat de bewoners van deze mooie stad eigenlijk hun financiers zijn en ook bepaald niet dom en graag willen meepraten over hun omgeving.

Nu ik gestopt ben met te doen wat ik al die jaren met heel veel plezier, maar soms ook verbazing, heb gedaan, zie ik van buitenaf sommige dingen toch misschien nog wel wat scherper. Als ik daar iets van vind dan zal dat voor sommigen niet nieuw zijn en voor anderen misschien irritant, omdat ze zullen zeggen dat ik er niets van begrepen heb of begrijp. Wie weet is dat ook wel zo, maar dat geldt dan voor veel meer inwoners van onze stad denk ik dan maar. Overigens maken diezelfde bewoners het leven van ambtenaren en bestuurders ook niet altijd even makkelijk. Maar ja, dat is dan wel weer hun werk zal ik maar zeggen.

Bestuurders en raadsleden hebben over het algemeen een wat korter geheugen ten opzichte van de rest van onze soort. Vier jaar is ongeveer wel de langste termijn en als het over verkiezingsbeloften gaat vaak nog korter. Ambtenaren daarentegen hebben vaak een heel lang geheugen, “dit hebben we altijd zo gedaan, dus waarom moet het nu ineens anders”.

Geloof me dat in de rol die mijn directe collega’s en ik hadden, die van luis in de pels namens de bewoners en soms ook de ondernemers, we best wel eens heel scheef werden aangekeken. Daar staat tegenover dat ik ook geweldige mensen bij de gemeente ben tegengekomen die ik nog regelmatig met respect noem als er weer iemand iets te klagen heeft over de gemeente. Het kan namelijk heel veel slechter als je eens goed om je heen kijkt.

Maar het staat buiten kijf dat er nog veel te leren valt en dat ik het heel bijzonder vind om te zien dat het lidmaatschap van een politieke partij je nog geen goede bestuurder maakt, het hebben van een persoonlijke mening nog geen goede ambtenaar en het hebben van veel kritiek geen goede inwoner.

Maar wie ben ik om daarover te oordelen? Oh ja! Ik ben nu gewoon weer bewoner en dus mag ik dat.

En ik dat is wat ik van plan ben om ook gewoon te gaan doen!

We spreken elkaar hoop ik nog!

Karel.